'Minder presterende praktijk' beleid

Minder presterende praktijk

Ondanks alle inspanningen en inzet van de verschillende onderdelen van het kwaliteitssysteem kunnen we signalen krijgen dat een huisartspraktijk minder presteert. We hebben in een beleid vastgesteld hoe we hiermee omgaan. 

1) ‘Niet pluis gevoel’

Dit zijn signalen zoals het niet nakomen van (delen van) het contract of de bijbehorende werkafspraken, het niet werken volgens het zorgprogramma, lage scores op indicatoren vergeleken met collega praktijken, het niet halen van doelstellingen die samen tijdens een praktijkbezoek zijn bepaald of signalen van collega’s uit de omgeving van de praktijk. Wij maken een inschatting van deze signalen en op basis daarvan besluiten we met je in gesprek te gaan over de geleverde zorg. 

2) In gesprek met je praktijk

We bespreken de signalen in je praktijk. Gezamenlijk besluiten we of er een verbetertraject wordt gestart. Wanneer wij dit nodig achten en jouw huisartsenpraktijk niet bereid is hieraan mee te werken, dan beëindigen we het contract.


 

3) Verbeterplan

Samen stellen we een verbeterplan op, met daarin doelstellingen die je aan het einde van het traject dient te hebben behaald. Zo'n verbetertraject duurt maximaal twee jaar en de doelen zijn bij voorkeur meetbaar. Ook maken we afspraken over eventuele ondersteuning vanuit ons. 


 

4) Tussentijdse evaluaties

Gedurende de looptijd van het traject houden we minimaal elk half jaar een evaluatiegesprek. Wanneer hieruit blijkt dat de doelen moeten worden bijgesteld, kan het verbetertraject met een half jaar worden verlengd. Met een maximum van twee jaar. 


 

5) Afronden van het verbetertraject

Bij de afronding beoordelen wij of je de doelen hebt behaald. Zo ja: dan is het verbetertraject succesvol afgesloten. Zo niet: verbreken we het contract.


 

Terug