Aandacht voor ouderenzorg: waarom eigenlijk?

Geplaatst op: 4 september

Ouderenzorg is volop in het nieuws en overal in Nederland ontstaan op dit gebied projecten en initiatieven. Zo ook in Drenthe bij de HZD. Waarom eigenlijk? Janita Minderhoud, kaderhuisarts ouderenzorg in opleiding, geeft haar visie.

Wat is volgens jou in twee woorden goede ouderenzorg?

Proactief en samenhangend.

Wat bedoel je met proactief? Wat is er dan anders dan normaal? Een proactieve opstelling van een huisarts?

Normaliter is een huisarts proactief bezig om de juiste hulpvraag naar boven te halen en die te beantwoorden. Daarnaast richt een huisarts zich in (secundaire) preventie op levensverlenging en het voorkomen van ziekten. Bij ouderen gaat het echter nauwelijks om levensverlenging, maar veel meer om zelfredzaamheid. Daarom moet je bij ouderen als huisarts goed letten op signalen die de zelfredzaamheid kunnen verminderen. Hierbij kun je denken aan problemen die de mobiliteit verminderen, geheugenproblemen, eenzaamheid, een onvoldoende toereikend netwerk en doofheid en/of slecht zicht. Deze manier van denken sluit aan bij die van een specialist ouderengeneeskunde op het moment dat hij of zij een zorgplan, SAMPC, opstelt. Bij het opstellen van een dergelijk plan wordt aandacht besteed aan somatische problemen, ADL, maatschappelijke problemen, psychische problemen en communicatie. We bevelen dan ook aan een zorgplan op te stellen, vooral in onoverzichtelijke situaties.

Een oudere presenteert zich relatief symptoomarm, waardoor de symptomen bij meerdere ziektebeelden kunnen passen."

Wat bedoel je met samenhangend?

Bij ouderen betekent samenhangend iets anders dan bij volwassenen. Deze verschillenen bestaan op drie verschillende niveaus.

Het gaat allereerst om het bestaan van geriatrische syndromen/de presentatie van ziektebeelden. Een volwassene presenteert zich vaak met meerdere symptomen die bij een ziektebeeld passen, bijvoorbeeld: plots hoesten, kortademigheid, koorts en voorafgaande pijn bij slikken leiden samen tot de diagnose longontsteking. Een oudere presenteert zich relatief symptoomarm, waardoor de symptomen bij meerdere ziektebeelden kunnen passen. Als de symptomen bij een oudere zijn; wat langer hoesten, kortademig en pijn bij slikken is het de vraag of er sprake is van een longontsteking, een dec cordis, een verslikpneunomie of toch COPD met wat candida in de keel en longen?

Het tweede niveau kan worden omschreven als horizontaal denken versus verticaal denken. Als een volwassene zich presenteert met symptomen, dan stellen wij ons als huisarts direct de vragen ‘Welke tractus is aangedaan?’ en ‘Wat is het dan?’. We starten vervolgens met een werkhypothese en doen (proef)behandeling. Als we er niet uitkomen sturen we de patiënt door naar de specialist, die het hoofd van die tractus is: snijdend of denkend. Bij ouderen zijn door de comorbiditeit meerdere organen tegelijk aangedaan en dat heeft een wisselwerking met elkaar. Zowel op het niveau van lichamelijk functioneren als op het niveau van medicatie en adviezen. Als je er op dat moment als huisarts niet uitkomt heb je een expert nodig met kennis van meerdere organen. Hierbij kan worden gedacht aan een SOG, geriater of collega huisarts.

Het derde niveau kan worden omschreven als ‘samenhangend in samenwerking’. Goede ouderenzorg houdt wat mij betreft in:

  • vroegtijdig signaleren (van deels oplosbare) problemen. We krijgen nu bijvoorbeeld maar 20% van de gevallen van vallen te horen als we er niet zelf naar vragen.
  • het samen met anderen (thuiszorg, fysiotherapie enz.) behandelen in de vorm van genezen of langdurig goed omgaan met de symptomen (bijvoorbeeld titreren furosemide bij hartfalen en nierproblemen).
  • (ver) zorgen van lichaam en geest, patiënt en mantelzorger, het systeem overeind houden bij gedeeltelijke zelfredzaamheid.

Dat kan je nooit alleen als huisarts, al helemaal niet met de vergrijzingsgolf die op ons afkomt.. Hoe regel je dat?

Goed samenwerken met wijkverpleegkundige, apotheker, fysiotherapeut, ergotherapeut, welzijnswerk, SOG. Voor de moeilijke gevallen is het goed om een formeel geriatrisch overleg te plannen. Voor de makkelijke gevallen is het gewoon goed om van elkaar te weten wie wat bij de patiënt doet en elkaar in te lichten als je een probleem signaleert.

Denk dus aan empowerment van de populatie, zeker in tijden waar er voortdurend bezuinigd wordt op de gezondheidszorg."

Ouderenzorg, dat betekent dus dat er een aantal taken en MDO's voor de huisarts bijkomen? En ook nog overvolle spreekuren vanwege ouderdomsziekten en terugkerende visites voor ziekten die niet te genezen zijn? Hoe gaan we dat volhouden in de toekomst?

Allereerst, elk nadeel heeft zijn voordeel. Door de toenemende aantallen van ouderen neemt ook de kennis over veroudering toe. Zowel bij huisartsen en praktijkondersteuners als bij de algemene bevolking. In Drenthe zijn er nog veel families met hechte banden. Als we familieleden die meekomen naar afspraken bewust prijzen voor hun inzet, deze mensen vragen als contactpersonen en hen snel van informatie over bepaalde aandoeningen voorzien, dan kunnen ze zelf onder elkaar ook een heleboel regelen zonder dat er een huisarts aan te pas hoeft te komen. Zo kan laagdrempeligheid crisissituaties voorkomen en blijft de regie in handen van de oudere en zijn of haar familie. Let er dus op dat je een probleem niet zomaar van probleemeigenaar laat veranderen. De dokter hoeft niet alles zelf op te lossen. Dat geldt ook voor professionals, vrijwilligers waar je mee samenwerkt. Denk dus aan empowerment van de populatie, zeker in tijden waar er voortdurend bezuinigd wordt op de gezondheidszorg.    

Schakel ten tweede bij onoverzichtelijke situaties een SOG in. Die kan tegenwoordig bij de oudere thuis komen en een uitgebreid SAMPC maken.

Ten derde, voorkom met computersearches (Qmodule Medicom) dat je in een probleemsituatie komt door een medicatiebijwerking die je had kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld anemie op vrijdagmiddag bij gebruik van ascal, spironolacton zonder maagbescherming of hartfalen bij diclofenacgebruik doordat je de renale klaring van 30 nog niet als contra-indicatie nierinsufficiëntie in de probleemlijst had gezet.

Houdt ten vierde het project ‘Kwetsbare Ouderen’ van de HZD in de gaten. Dit zal de komende maanden steeds meer opleveren, zoals een zorgprogramma met daarin de beschrijving van een andere aanpak van de ouderenzorg vanuit de huisartsenpraktijk. Het streven is hiervoor een passende financiering af te spreken. Meer overzicht en begeleiding van kwetsbare ouderen door POH en/of wijkverpleegkundige betekent minder consulten en visites door de huisarts. Ook werken we aan een format voor de samenwerkingsafspraken en een praktijkprotocol.

Ten vijfde is het een goed idee om ook de scholing kwetsbare ouderen te volgen. Deze scholing helpt bij een verandering van denken en het anders inrichten van de ouderenzorg binnen de praktijk: proactief en samenhangend.