Diabetes & Ramadan: Marijke adviseert

Geplaatst op: 9 april

Woensdag 16 mei 2018 begint de Ramadan, waarin van zonsopkomst tot zonsondergang wordt gevast. Deelnemers eten na zonsondergang, 's nachts en nét voor zonsopkomst. Dat betekent een belangrijke verschuiving in voedingstijden voor je patiënten met DM type 2 die hieraan deelnemen. Marijke Ng-a-Tham, onze kaderhuisarts, geeft tips hoe je deze patiënten het beste voor en tijdens de ramadan kunt begeleiden.  

Mogelijke risico’s

Door de combinatie van diabetes en Ramadan hebben je patiënten een verhoogd risico op hypo- en hyperglykemie, diabetische ketoacidose, dehydratie, hypotensie en trombose. 

Wanneer raad je deelnemen af?

Ik adviseer je in de volgende gevallen deelname aan de Ramadan af te raden:

  1. Patiënten met DM type 1
  2. Patiënten waarbij de diabetes slecht gereguleerd is of bij complicaties
  3. Patiënten met diabetes en acute ziektes
  4. Patiënten die eerder hypoglykemie hebben gehad
  5. Zwangere patiënten met diabetes

Begeleiding

Besluit je patiënt aan de Ramadan deel te nemen?

Dan is het verstandig om hem of haar vanaf nu te informeren over mogelijke risico’s, controles en wanneer het vasten te staken.

Marijke Ng-a-Tham
Marijke Ng-a-Tham

Adviseer met het vasten te staken:

  • bij een glucose onder de 3,5 mmol of hoger dan 18 mmol,
  • bij symptomen van hypoglykemie of acuut ziek worden. Wanneer je patiënt zich ziek voelt worden, adviseer je een glucosemeting.

Dagcurves

Vraag 2x een curve in de eerste week en leg uit dat de zelfmeting geen inbreuk is op het vasten. Prikken: nog voor zonsopgang, om 12 uur en voor zonsondergang. En bij verdenking van een hypo of bij acuut ziek worden. Adviseer zo nodig bij insulinegebruik een 6-punts dagcurve. Dat wil zeggen: naast bovenstaande metingen, extra glucosecontrole ’s morgens, ’s middags en in de avond/voor het slapen. Na de eerste vastenweek volstaat één dagcurve per week.

Ook kan advisering over het dieet, eventueel in samenwerking met een diëtist, en over lichamelijke inspanning wenselijk zijn. Vervolgens kun je de medicatieaanpassing bespreken.

Medicatie aanpassingen:

  • Niet nodig bij metformine, acarbose
  • DPP-4 remmers ’s avonds (iftar = maaltijd bij zonsondergang) ) nemen i.p.v. ’s ochtends
  • GLP-1 receptorantagonisten: gebruik als voorheen
  • SGLT2 remmers ’s avonds

SU

  • Bij 1dd inname over op gliclazide bij de maaltijd bij zonsondergang.
  • Indien 2dd inname de dosis ’s ochtends halveren.
  • Glibenclamide is ongewenst vanwege grotere kans op hypoglykemie.

Insuline

  • Hier geldt: adequate individuele aanpassingen! Dosis aanpassing elke 3 dagen afhankelijk van de bloedglucosewaarden.
  • 1dd NPH/detemir/glargine: spuiten na de maaltijd bij zonsondergang, verlaag dosis 15-30%. Is je patiënt gewend ‘s ochtends te spuiten, controleer dan de glucose rond 12 uur en pas de insulinedosis aan.
  • 2dd NPH/detemir/glargine: na de maaltijd voor zonsopgang (suhoor) de halve avonddosering en de ochtenddosering na de maaltijd bij zonsondergang. Let op: omkering. 
  • Kortwerkend/bolus insuline: bij de maaltijd voor zonsopgang verlaag je de dosering 25-50%, sla je de lunchdosis over en adviseer je de normale dosis bij de maaltijd bij zonsondergang.
  • Mix insuline: bij 2dd spuiten verlaag je de dosis 25-50% bij de maaltijd voor zonsopgang en de normale ochtenddosering bij de maaltijd na zonsondergang.

Meer informatie

Vragen over dit bericht? Neem gerust contact op met Marijke per mail of bel naar 088 050 4000.