Hoe leg je ‘geen diagnose hartfalen wél gedecompenseerd’ vast in je HIS?

Geplaatst op: 7 februari 2019

Onze praktijkconsulenten ontvingen de volgende vraag over het nieuwe 'zorgprotocol hartfalen' vanuit een aantal huisartsenpraktijken: “Wat is de juiste vastlegging in het HIS bij een patiënt waarbij geen druk/beklemming op de borst is, wel duidelijk gedecompenseerd, maar (nog) geen hartfalen?” In het verleden kreeg deze patiënt snel de ICPC codering K77 maar dit wordt niet meer geadviseerd.

Oorzaak decompensatie: eenmalig of onderhoudend?

Tineke Holwarda, kaderarts CVRM: “Als een patiënt duidelijk klinisch gedecompenseerd is, maar er nog geen diagnose hartfalen is, is het van belang om te kijken naar de oorzaak van de decompensatie: heeft de patiënt misschien (eerder of recent) een hartinfarct doorgemaakt of betreft het bijvoorbeeld een oudere persoon met een flinke bloedarmoede? Is er sprake van atriumfibrilleren bij griep of koorts? Of kleplijden?

Eenmalig decompensatie
Bij een onderliggende oorzaak die op te heffen is, bijvoorbeeld bloedarmoede na een operatie, koppel je de "eenmalige decompensatie" aan de bloedarmoede na de operatie: je hoeft hier verder meestal niet direct iets mee te doen.

Onderhoudende oorzaak
Bij een mogelijk onderhoudende oorzaak voor de decompensatie, zal er verdere diagnostiek plaatsvinden: dan schrijf je de decompensatie weg onder de ICPC passende bij de (vermoedelijke) oorzaak (bijvoorbeeld AF). Mocht er na verdere analyse blijken dat er toch sprake is van (chronisch) hartfalen, dan maak je bij terugverwijzing van de cardioloog ‘ICPC K77’ aan.”

Tot slot

Je mag als huisarts ook zelf de diagnose hartfalen stellen, maar analyse van de cardioloog is nodig voor het includeren van je patiënt in de keten. Vooraf dient namelijk bekend te zijn of er sprake is van systolisch of diastolisch hartfalen.

Vragen?

Heb je vragen over dit bericht, neem gerust contact met ons op per mail of bel naar 088 050 4000.