4. Casefinding: opsporen van kwetsbaarheid


Casefinding is het opsporen van mogelijk kwetsbare ouderen om ze in het programma Integrale Ouderenzorg Drenthe op te kunnen nemen.

Casefinding binnen de huisartspraktijk

Casefinding in de huisartsenpraktijk wordt gedaan door de huisarts, POH en/of assistente. Dit kan op twee manieren:

1. Tijdens reguliere contactmomenten
Een vermoeden van kwetsbaarheid bepaal je aan de hand van mogelijke risicofactoren voor kwetsbaarheid, zoals multimorbiditeit en polyfarmacie. In het MDO van het kernteam bepaal je of de kwetsbaarheid van de oudere met behulp van een vragenlijst vastgesteld moet worden.

2. Doorlopen van het patiëntenbestand
    Via het VIPLive Ouderenrapport bepaal je – gefaseerd – welke ouderen mogelijk kwetsbaar zijn. Op basis van het rapport maak je een selectie van ouderen. Bijvoorbeeld:

  • Ouderen van 90 jaar en ouder
  • Ouderen die recent weduwe/weduwnaar zijn geworden
  • Ouderen die langer dan een jaar niet op de praktijk geweest zijn

Deze ouderen nodig je uit een vragenlijst in te vullen om de mate van kwetsbaarheid vast te stellen. Deze manier van casefinding kan doorlopend plaatsvinden.
Deze ouderen worden uitgenodigd een vragenlijst in te vullen om de mate van kwetsbaarheid vast te stellen. Deze manier van casefinding kan doorlopend plaatsvinden.

Casefinding door derden

Casefinding door derden wordt gedaan door:

  • Mensen uit de omgeving van de oudere, zoals familie, vrienden en buren
  • Zorg- en welzijnsprofessionals uit de wijk
  • Andere samenwerkingspartners, zoals woningbouwvereniging en politie

Zij signaleren mogelijke kwetsbaarheid vanuit hun eigen perspectief en discipline. Indien iemand als mogelijk kwetsbaar wordt aangemerkt, zal de professional dit doorgeven aan de huisartsenpraktijk. In het kernteam bepaal je vervolgens of de kwetsbaarheid van de oudere vastgesteld moet worden.

Terug