Palliatieve behandeling

Wereldwijd is COPD op dit moment doodsoorzaak nummer vier. De verwachting is dat in 2030 COPD de derde doodsoorzaak is. Dit wordt zowel veroorzaakt door een toename van patiënten met COPD als een afname van overlijden door andere ziektes. De palliatieve zorg bij COPD zal dan ook een steeds grotere plaats in nemen.

COPD is een niet te genezen ziekte maar hoeft op zichzelf niet tot de dood te leiden. Patiënten kunnen overlijden door andere oorzaken (maligniteiten, vaatlijden) voordat de COPD in ernst toeneemt. Als de COPD echter progressief is, treedt er bij patiënten met een ernstige ziektelast op den duur een verschuiving van ziektegerichte behandeling naar symptoomgerichte behandeling.

De Longalliantie Nederland (LAN) heeft een richtlijn Palliatieve Zorg bij COPD ontwikkeld waarin de palliatieve behandelfase wordt beschreven (download). Ook op de website www.pallialine.nl is informatie over deze fase te vinden.

Een belangrijke vraag bij het markeren van de palliatieve fase is de ‘surprise question’: zou ik verbaasd zijn als mijn patiënt zou overlijden in de komende twaalf maanden? In ruim 80% van de gevallen waarin de surprise question met ‘nee’ wordt beantwoord blijkt iemand inderdaad binnen een jaar te overlijden. 

Bespreken van de palliatieve fase

Vanwege het onvoorspelbare verloop van COPD is het belangrijk om tijdig het gesprek over de palliatieve fase/einde van het leven aan te gaan. Gespreksonderwerpen zijn:

  • Wat vindt de patiënt werkelijk van belang in deze laatste levensfase?
  • Hoe lang nog naar het ziekenhuis bij exacerbaties?
  • Wel of niet reanimeren
  • Einde van het leven beslissingen
  • Draagkracht van de mantelzorger

Een goede samenwerking/afstemming met de longarts is essentieel in deze fase. 

Veel voorkomende symptomen in de palliatieve fase

Kortademigheid, hoesten met opgeven van sputum en vermoeidheid zijn de meest voorkomende symptomen in de palliatieve fase. Voor de medicamenteuze en niet medicamenteuze behandeling van deze klachten zie richtlijn LAN. 

Kortademigheid

Hier zijn patiënten vaak (heel) bang voor. Met name is er angst voor stikken. Dit komt echter vrijwel nooit voor en kan alleen gebeuren bij een acute volledige afsluiting van de bovenste luchtwegen en dat is bij COPD niet het geval. De kortademigheid berust meestal op symptomen van de lagere luchtwegen. In de terminale fase kan bewustzijnsdaling optreden door koolzuur stapeling. Daardoor neemt de sensatie van kortademigheid juist af en kan uiteindelijk helemaal verdwijnen. 

Hoesten

De chronische ontsteking en disfunctie van de trilharen en hypersecretie van slijm veroorzaken een hoestreflex. Patiënten kunnen dit hoesten als hinderlijk of vermoeiend ervaren. 

Angst en somberheid

Deze klachten spelen bij patiënten met COPD een grote rol en komen vaker voor dan in de gewone bevolking.

Behandeling kan bestaan uit:

  • Educatie/informatie
  • Psychosociale begeleiding (bespreekbaar maken van angsten, eventuele schaamte of schuldgevoelens ten aanzien van het rokersverleden, het chronisch ziek zijn)
  • Indien mogelijk cognitieve gedragstherapie
  • Ondersteunen van de mantelzorg
  • Medicamenteuze behandeling met benzodiazepines of antidepressiva

Einde van de palliatieve fase

Met het vorderen van de palliatieve fase zal de patiënt steeds verder verzwakken en komen de klachten steeds minder onder controle. De arts zal de medicatie verder saneren (bv cholesterolremmers). Medicatie die belangrijk is voor het comfort wordt zo lang als mogelijk gecontinueerd, zoals inhalatiemedicatie via een vernevelaar. In deze fase wordt het accent van voeding ook verlegd naar wensvoeding. Speciale dieetvoeding of drinkvoeding voegt in dit stadium nauwelijks iets toe, is vaak weinig smaakvol maar kan wel de trek verminderen in wat iemand werkelijk lust. 

Stervensfase

Deze fase beslaat de laatste dagen voor het overlijden. De stervensfase kan vrij plotseling ingaan tijdens een exacerbatie van COPD waaruit de patiënt niet meer herstelt, maar ook meer verwacht bij andere oorzaken (comorbiditeit zoals maligniteit) die meestal geleidelijk verlopen. Dit is de fase waarin de orgaansystemen gaan falen.

Er zijn enkele criteria die er op wijzen dat iemand een korte levensverwachting, meestal minder dan 48 uur, heeft:

  • Niet meer eten en drinken
  • Toenemende zwakte en bedlegerigheid
  • Snelle, zwakke pols, verminderde doorbloeding van de extremiteiten, spitse neus
  • Reutelen
  • Onregelmatige ademhaling
  • Verminderd bewustzijn (sub comateus)

Dit is het moment om naar de naasten te benoemen dat het overlijden nabij is zodat zij zich daarop kunnen voorbereiden.

Terug