Stabiele behandeling

De klachten van COPD zijn zoveel mogelijk onder controle na de instelfase. In deze fase gaat het vooral om het ondersteunen en onderhouden van wat al bereikt is. 

Frequentie van controleconsult en spirometrie in de stabiele behandelfase

De frequentie van controleconsulten en spirometrie wordt afgestemd op de behoeften en wensen van de patiënt, de persoonlijke doelen en de gemeten ziektelast (zie tabel ). In de monitoringfase wordt gestandaardiseerde bronchusverwijding bij spirometrie niet aanbevolen. Spirometrie wordt verricht met behoud van de eigen luchtwegmedicatie van de patiënt.

De inhoud van de vervolgconsulten is variabel en afgestemd op de persoonlijke doelen van de patiënt. Heel globaal komen de volgende zaken tijdens een controle aan bod:

Voorbereiden consult

  • Laat de patiënt thuis of vooraf het consult de CCQ en/of MRC lijst invullen
  • Zijn er de laatste controles nog exacerbaties geweest?
  • Laat de patiënt zijn eigen inhalatiemateriaal meenemen 

Inventarisatie en vaststellen inhoud consult

  • Bepaal samen met patiënt welke zaken er in ieder geval besproken moeten worden. Hiervoor zijn handige hulpmiddelen beschikbaar zoals een placemat (download) en een lijst met mogelijke onderwerpen (download)
  • Vergelijk de scorelijsten van de vorige keren en bespreek de verschillen
  • Evalueer de behandeling: medicatie, leefstijl, beperkingen, exacerbaties

Metingen

  • Bepaal BMI
  • Vergelijk de uitkomsten met de vorige uitkomst
  • Verricht (eventueel) spirometrie (zie protocol)

Medicatie

  • Ga het medicatiegebruik na en is dit volgens voorschrift?
  • Zijn er bijwerkingen?
  • Check inhalatietechniek (Download document: protocol inhalatie-instructie)
  • Geef voorlichting over medicatie

Voorlichting: roken

Voor mensen met COPD in elke fase van de aandoening, is stoppen met roken veruit het meest effectieve behandeloptie om een (versnelde) achteruitgang van de longfunctie en progressie van de ziekte te voorkomen. Hoe meer hierin geïnvesteerd wordt hoe hoger het rendement. Ga na of de patiënt (nog) rookt. Zo ja, bespreek het rookgedrag, geef uitleg hierover. Belangrijk hierbij is het stoppen met roken–advies, er wordt gewezen op het feit dat roken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en de prognose van de klachten en dat stoppen met roken een onmisbaar onderdeel is van de behandeling. Daarnaast wordt er gekeken naar de motivatie van de patiënt om te stoppen met roken. Patiënten die voldoende gemotiveerd zijn om te stoppen met roken krijgen begeleiding met het stoppen met roken. 

Voorlichting: beweging

Bij veel COPD patiënten is er sprake van inactiviteit. Deze inactiviteit kan invloed hebben op de klachten, de beperkingen en kwaliteit van leven. Er is voldoende bewijs dat fysieke training het inspanningsvermogen en de kwaliteit van leven van patiënten met COPD gunstig beïnvloedt. Informeer naar het bewegingspatroon van de patiënt en geef uitleg over belang van beweging bij COPD. Geef de patiënt een advies op maat en leg dit vast in het individueel zorgplan. Verwijs de patiënt mogelijk naar begeleiding fysiotherapie / sportschool.

Voorlichting: voeding

Ondergewicht en overgewicht hebben een ongunstige invloed op het beloop van COPD. COPD gaat vaak gepaard met spierverlies naarmate de obstructie toeneemt. COPD is een chronische ziekte waarbij tenminste eenmalig een goede voedingsanamnese afgenomen moet worden. Dit kan door het stellen van eenvoudige vragen en bepaal bij elk vervolgconsult de BMI en vergelijk deze met de vorige keren.

Een dieetinterventie en verwijzing naar een diëtist vindt altijd in combinatie met een inspanningstraining plaats. Alleen dan kan een dieetinterventie leiden tot een positief effect op de energiebalans. Indicaties dieetinterventie in combinatie met inspanningstraining:

  • BMI lager dan 21 kg/m2, of groter dan 30 kg/m2
  • ongewenst gewichtsverlies van meer dan 5% binnen 1 maand of meer dan 10% binnen 6 maanden
  • vetvrije massa index (VVMI) kleiner dan 16 kg/m2 (mannen) en 15 kg/m2 (vrouwen).

Afsluiting en vervolgafspraken

  • Bespreek de onderwerpen die uit het consult naar voren zijn gekomen en bespreek de persoonlijke streefdoelen
  • Overleg bij medicatiewijzigingen met de huisarts over de gewenste termijn
  • Maak een afspraak voor een vervolgconsult, afhankelijk van de termijn waarop een volgende evaluatie gewenst is
  • Stel vast of de patiënt lichte / matige of ernstige ziektelast ervaart. Afhankelijk deze fase wordt de vervolgafspraak gepland
  • Noteer de bevindingen in het HIS 
Terug