Controle behandeling

Stel een individueel controleschema op in overleg met de patiënt:

  • informeer bij elk contact naar (niet-)medicamenteuze therapietrouw en mogelijke bijwerkingen van medicatie
  • informeer bij elk contact naar klachten mogelijk passend bij hart en vaatziekten
  • bespreek bij elk contact (opnieuw) roken, bewegen, voeding, alcohol, gewicht en stress
  • bepaal SBD in instelfase om de 2-4 weken en daarna ten minste jaarlijks
  • bepaal LDL in instelfase 3-maandelijks en daarna alleen bij wijzigingen (of controle) van het risicoprofiel
  • bepaal CK en transaminasen bij statinegebruik alleen bij verdenking op toxiciteit, ernstige spierklachten, ver­moeden leverfalen
  • bepaal serumcreatinine, eGFR en serumkalium bij gebruik diureticum, ACE-remmer of ARB:
    • na starten en bij elke aanpassing van dosering: na 10-14 dagen
    • bij bereiken onderhoudsdosering: na 3 en 6 maanden, en daarna jaarlijks
    • bij daling nierfunctie: zie Landelijke Transmurale Afspraak Chronische Nierschade
  • bepaal nuchtere glucose bij patiënten zonder DM elke 3-5 jaar
  • bij goede instelling: ontraad staken of verlagen dosering medicatie
  • verwijs naar internist bij:
    •  (vermoeden) secundaire hypertensie
  • overweeg verwijzing bij:
    • sterk belaste familieanamnese met plotse hartdood naar cardioloog of klinisch geneticus
    • therapieresistentie hypertensie > 6 maanden én hoog risico HVZ
    • niet bereiken LDL ≤ 2,5 mmol/l >1 jaar én hoog risico HVZ

 

Terug