Jaarcontrole

Eenmaal per jaar is de controle uitgebreider. Het onderzoek wordt ten opzichte van de periodiek controles uitgebreid met:

Anamnese: vragen naar rookgedrag, mondzorg, visusproblemen, cardiovasculaire symptomen, neurologische symptomen en seksualiteit. Plus uitgebreidere anamnese naar leefstijl, zoals voedingspatroon en beweging.

Lichamelijk onderzoek: bepaling van gewicht en lengte, BMI, bloedvaten, reflexen, sensibiliteit, inspectie spuitplaatsen en uitgebreid voetonderzoek.

Laboratorium: HbA1c, Lipidenspectrum (T-chol/ HDL-ratio, T-chol, HDL-cholesterol, LDLcholesterol en triglyceriden), kreatinine, eGFR en microalbuminekreatinineratio in ochtendurine. Bij gebruik bloeddrukmedicatie laat je ook natrium en kalium bepalen. Bij specifieke medicatie zoals TZD's laat je ook leverfunctie bepalen. 

Beleid: Indien geïndiceerd verwijzing naar internist of andere behandelaars, zoals podotherapeut, pedicure of diëtist.

Oogcontrole: 1 keer per 2 jaar controle fundus op het lab. Hiervoor kun je het labformulier gebruiken en de fundusscreening aanstrepen. Jaarlijks een fundusscreening bij risicofactoren, zoals: ongunstige glykemische instelling, hypertensie, lange diabetesduur (meer dan 10 jaar), abdominale obesitas, negroïde of Hindoestaanse afkomst, puberteit, dislipidemie, microalbuminurie of proteïnurie. Bij tussentijds ontstaan van een risicofactor is het aan de hoofdbehandelaar om het screeningsinterval aan te passen. 

ogen zijn; anders bepaalt de oogarts de controle-frequentie en registreert de huisarts of de patiënt ook daadwerkelijk op controle is geweest.

Afhankelijk van het medicatiegebruik, zoals TZD's en diuretica, vraag je ook een leverfunctie en kaliumbepaling aan. 

Vrouwen met zwangerschapswens

Preconceptioneel advies:

  • Bespreek de eventuele zwangerschapswens van vrouwen jonger dan 40 tijdens de eerste jaarcontrole.
  • Verwijs de patiënt voor meer informatie naar ik heb diabetes en een zwangerschapswens.
    Of geef de folder mee.  
  • Verwijs de patiënt bij een toekomstige zwangerschapswens door naar de specialist voor een preconceptioneel adviesgesprek. Beschik je over voldoende kennis, dan kun je zelf met de patiënt in gesprek over de impact van een zwangerschap op de behandeling van DM type 2. Deze behandeling dient voor conceptie te worden aangepast.
  • Bij een directe zwangerschapswens verwijs je de patiënt door naar de internist of de diabetesverpleegkundige. Op dat moment wordt de specialist hoofdbehandelaar. De diabetesverpleegkundige verzorgt dan de jaarlijkse controles.  
Terug