Ontregeling

De huisarts is verantwoordelijk voor beleid bij (dreigende) ontregelingen, de POH en huisarts bij bijzondere omstandigheden; de huisarts bepaalt overschakeling naar ander regime. Klik hier voor meer informatie over acute zaken. 

Hypoglykemie

  • Bloedglucose lager dan 4 mmol/l.
  • Verschijnselen: honger, beven, zweten, bleekheid, wazig zien, duizeligheid; ernstig: dubbelzien, dysarthrie, gedragsverandering, verwardheid, agressie, sufheid, bewustzijnsverlies
  • Beleid bij aanwezigheid bewustzijn: 6 dextro’s/4 suikerklontjes, na 10 minuten 1 boterham met zoet beleg
  • Na 15 minuten opnieuw glucose meten, zn opnieuw dextro/suiker
  • Beleid bij gedaald bewustzijn: 20-40ml glucose 40-50% iv of 1 mg glucagon sc/im
  • Bij onvoldoende herstel na half uur of bij langwerkende SU-derivaten: SEH internist

Hyperglykemische ontregeling

  • Bloedglucose hoger dan 15 mmol/l.
  • Verschijnselen: o.a. dorst, veel drinken, veel plassen; ernstig: sufheid of coma, snelle en/of diepe ademhaling
  • Voldoende vochtintake, vooral bij koorts (minimaal 100-200 ml/uur)
  • Bijspuiten volgens 2-4-6-regel, bij glucose hoger dan 25 mmol/l: bellen!

Glucosewaarden

Actie

Hyperglykemie + klachten

Elke 2 uur glucose meten tot 15 mmol/l

15-20 mmol/l

Dan 4 E bijspuiten

Hoger dan 20 mmol/l

Dan 6 E bijspuiten

  • Alleen bijspuiten met snelwerkende insuline, ook voor de nacht!
  • Alleen bijspuiten als er hyperglykemieverschijnselen zijn! Pas op incorrecte meting, door bijv. verkeerde of verlopen strips, te weinig bloed op de strip, ongewassen handen.
  • Bijspuiten van 1 E insuline geeft glucosedaling van ± 2,5 mmol/l.
  • Controleer bij bloedglucose <15 mmol/l nog 12 uur om de 2-4 uur door tot een stabiele situatie is bereikt.
  • Bij infecties stijgt de bloedglucosespiegel, dus nooit (helemaal) stoppen met insuline, ook al eet de patiënt minder of niet meer.
  • Preventie van hyperglykemie bij nuttigen van extra koolhydraten: vóór de eerste 10 gram niets bijspuiten, voor elke 15 gram daarboven 1 E bijspuiten.
  • Bij hyperglykemie en verminderd bewustzijn of braken: (laten) bellen!! Braken=bellen!

Prednison en insulinegebruik

  • Extra bloedsuiker meten (7-puntscurve)
  • Hoge waarden, m.n. in de loop van de middag (m.n. VA), bijregelen met snelwerkend analoog vlg. 2-4-6-regel

Sporten en insulinegebruik

  • Extra meten
  • Verlagen dosis insuline, extra koolhydraten
  • Denk  aan verhoogde insulinegevoeligheid na sporten

Ramadan en insulinegebruik

Vakantie en insulinegebruik

  • Verkrijgbaarheid insuline
  • Invloed klimaat
  • Reservepen
  • Medisch paspoort
  • Verdeel insuline over handbagage, zo nodig glucagon mee

Reizen door tijdzones en insulinegebruik

  • Overbrug de reistijd met snelwerkend insuline: bijv. 2-4-6-regel bij glucose hoger dan 15 mmol/l.
  • Extra zelfcontrole.
  • Direct aanpassen aan de tijd van het land.

Spuitinfiltraten

  • Spuiten op andere plaats.
  • Halveren dosering.
  • Opnieuw instelfase.

Insuline vergeten/verwisseld

Zie: diabetes2.nl/nl/diabetesspreekuur/acute_zaken

Terug