Periodieke controle

Patiënten zonder klachten en met een goede metabole regulering worden periodiek gecontroleerd. Hoe vaak een patiënt jaarlijks wordt gezien, is afhankelijk van de wens en conditie van de patiënt en de inschatting van jou, als zorgverlener. Eenmaal per jaar wordt bij de controle extra aandacht besteed aan specifieke punten, zie 'jaarcontrole'. 

Anamnese: welbevinden, klachten/problemen, hypo's, medicatie, voedingspatroon, bewegen en vragen van de patiënt. Indien insuline vragen naar de zelfcontrole (4 punts dagcurven).

Lichamelijk onderzoek: nuchter glucose meten met glucosemeter, tensie, pols en ritme, voetcontrole [bij een doorgemaakt ulcus, standsafwijkingen van de voet of ernstige neuropathie is het voetonderzoek een structureel onderdeel van de driemaandelijkse controles. Zo niet dan op indicatie. Hiervoor wordt verwezen naar het voetprotocol], BMI en indien insuline onderzoek van de spuitplaatsen.

Laboratorium: alleen bij verstoring geef je een labformulier mee voor bepaling nuchtere glucose en HbA1c om te zien of een vervolgstap gezet moet worden in de behandeling van de diabetes. Bij insulinegebruik wordt de HbA1c voor elk driemaandelijks consult gecontroleerd.

Beleid: indien geïndiceerd verwijzing naar internist of andere behandelaars, zoals podotherapeut, pedicure of diëtist. Verwijzing naar oogarts één keer per twee jaar.

Terug