Stap 2: vormen van een multidisciplinair netwerk

Om de multidisciplinaire samenwerking te garanderen wordt er middels een coördinerend verpleegkundige (POH) aandacht besteed aan het opzetten van een wijknetwerk. In de meeste situaties is het logisch dat de wijkverpleegkundige deze rol op zich neemt, maar het is ook mogelijk dat de POH uit de huisartspraktijk dit doet. Indien er al bestaande initiatieven of samenwerkingsvormen bestaan in de wijk of regio, dan wordt hierbij aansluiting gezocht. Door gebruik te maken van deze couleur locale kan geïntegreerde ouderenzorg beter worden geborgd. 

Gezamenlijke kennismaking

Ga van start met een gezamenlijke kennismaking. Tijdens deze eerste kennismaking kun je proberen:

  • er achter te komen wie wat wanneer doet;  
  • kennis te maken met elkaars expertises; 
  • afspraken te maken en vast te leggen, denk daarbij aan: uniformering van werkwijze, verwijsprocedures, zorginhoudelijke rapportages en terugrapportages.

 

Probeer tijdens de gezamenlijke kennismaking te achterhalen wie wat wanneer doet, wat ieders expertises zijn en afspraken te maken en deze vast te leggen". 

Met wie kun je samenwerken?

  • Huisarts
  • POH
  • Wijkverpleegkundige
  • Apotheker
  • Specialist ouderengeneeskunde
  • Kaderarts ouderengeneeskunde
  • Ouderenadviseur en /of maatschappelijk werker
  • WMO consulent
  • Medewerker steunpunt mantelzorg

Voorwaarden binnen je netwerk

  • Vorm een gezamenlijke visie op goede zorg (waardoor alle voor- en nadelen duidelijk zijn)
  • Open communicatie
  • Iedereen dient een belang te hebben bij de deelname. Deze belangen (een win-win situatie en geen ernstige tegengestelde belangen) en het doel moeten duidelijk zijn en door iedereen worden erkend
  • Zet de samenwerkingsafspraken op papier, op deze manier is het voor iedereen duidelijk en kan er verantwoording worden afgelegd over de resultaten en de gestelde doelen
  • Duidelijke verdeling van taken- en bevoegdheden , goede ondersteuning en het bestaan van constructief gezamenlijk overleg
  • Beschikbaar hebben van voldoende faciliteiten.

 

Iedereen dient belang te hebben bij de deelname. Deze belangen en de doelen moeten duidelijk zijn en door iedereen worden erkend".

Pluspunten

  • Betere samenwerking; vaststellen van een gezamenlijke opvatting over goede zorg
  • Verbetering van effectiviteit en doeltreffendheid; continuïteit van zorg
  • Elkaar aanvullen qua deskundigheid en leren van elkaars werkwijze

Knelpunten

  • Het kost extra tijd (organisatie, coördinatie en het overleg zelf)
  • Verlies van eigen identiteit
  • Trage besluitvorming; de disciplines werken in verschillende organisaties, waardoor planning van overleg moeilijk kan zijn
  • Het kan tot conflicten leiden (door o.a. tegengestelde doelen, verschillende normen, onduidelijke doelen)